
Mag ik u wat vragen? Ja, ik weet dat antwoorden niet zal gaan, want je leefde in de achtste eeuw voor Christus, maar bij het lezen van uw boek word ik zo nieuwsgierig. Mag ik u verder tutoyeren? U werkte dan wel vanuit de stad Jeruzalem, maar je bent geboren in Moreset. Dat was een dorpje op het platteland. Dit doet mij vermoeden dat je van eenvoudige komaf bent. Als ik het goed begrijp werd in jouw tijd het noorden van Israël veroverd door het leger van Assyrië.
‘Laat mij dan klagen, laat me schreeuwen, laat mij naakt en blootvoets gaan, laat mij huilen als een jakhals, laat mij roepen als een struisvogel.’
Nu vraag ik mij af, ben je werkelijk, roepend als een zot, naakt door de straten van Jeruzalem gegaan. Heb je dat echt zo gedaan? Of schreef je er enkel over. Waarom ik jou dit zo vraag is om het volgende. Jouw beschrijving van de mindset van jouw tijd roept bij mij herkenning op. Ook nu worden de rijken rijker en de armen armer. De handelaren sjoemelen met de tarieven en ze spreken leugens over hun producten. De arbeidsmigrant wordt uitgebuit. Ze ‘wonen’ bijeen gepropt in oude panden en lopen onverzekerd rond. En in plaats van op te komen voor hun rechten, wil de bevolking hen weren uit de straat. Het zou de marktprijs van de eigen woning toch eens drukken… Terwijl we de woorden van de Heer niet meer willen lezen of horen, leveren we ons uit aan de leugens van AI. Het is niet alleen een probleem onder de seculieren, want de kerkgangers doen er net zo hard aan mee. Zij willen aan hun samenkomsten, in kerken en evenementen, een goed gevoel overhouden. Soms denk ik wel: ‘There is no business like reli-business.’
En terwijl de burger hartstochtelijk op zoek is naar het goede gevoel en dit religieus wil duiden, gaat het onrecht verder. Het is niet waar dat machtsmisbruik en corruptie alleen in het buitenland voorkomt. Het raakt de poorten van Amsterdam en Den Haag. Waarom zouden wij er nu wel mee wegkomen? Dus schrijf en preek ik erover, maar niet teveel, want daar worden we zo onrustig van. Maar ik vrees dat jij mij zou vertellen, dat de sprekers van Gods Woord veel te aanmatigend zijn. En dat je dit ook tegen mij zou zeggen. Maar in alle eerlijkheid geschreven; ik wil niet naakt over straat en dan als een zot tekeer gaan. Ik verkies de keurige weg van wat we redelijk vinden. Net als mijn collega’s preek ik liever over de hoopvolle vergezichten die je meegeeft. Dat er ooit een dag zal komen waarop de legers hun wapens inleveren om ze te laten omsmeden tot ploegscharen en snoeimessen. En dat niemand meer weten zal wat oorlog is. Het is mijn ultieme droom, dat ik ooit een achterkleinkind mag krijgen die mij vraagt of ik als oude man kan uitleggen wat oorlog is. En dat ik dan kan zeggen dat het naar was, maar gelukkig allang verleden tijd. Maar nee, ik weet dat elke generatie weer moet leren waarom 5 mei gevierd wordt in ons land. Zeker nu de waarheid met leugens worden bestreden, en racisme en bijkomend geweld weer toenemen. Het is mede daarom dat we jaarlijks met Kerst blijven lezen over jouw visioen aangaande het kind van Bethlehem. Het kind dat, eenmaal volwassen, zal aantreden als een goede herder en vrede zal brengen. Het biedt ons nog steeds hoop. Daarom dank voor deze woorden. Ze doen ons Jezus herkennen als de Heer. Maar die eerste hoofdstukken van jou; ze houden mij bezig, laten mij niet los. Ik blijf er onrustig onder. Waarschijnlijk is dat jouw bedoeling. Gelukkig neem je ons mee naar een inspirerende opdracht. Zo beschouw ik jouw woorden uit hoofdstuk zes vers acht. Laat ik ter afsluiting jou dan citeren:
‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.’
Dat heb je mooi gezegd Micha!