Zo’n 6 miljoen Joden zijn vermoord tijdens de tweede wereldoorlog. In eigen land zijn ruim honderdduizend Joden vermoord door de nazi’s, wat neerkomt op driekwart van de Joodse bevolking in Nederland.
Dit is het hoogste percentage in heel west Europa.
In september 1943 werd de stad Amsterdam ‘Judenrein’ verklaard. Ofwel; er zou geen Jood meer in de stad zijn. Dit zijn koude feiten. Daarachter schuilen de verhalen van doodgewone mensen; figuurlijk en letterlijk dood gewoon.
Het zijn juist die verhalen die we warm moeten houden. Zo kreeg ik afgelopen jaar een boekje over ‘Hoe de middenstand verdween uit Hoogeveen.’ Het beschrijft herinneringen aan de aftocht van de Joodse gemeenschap in oktober 1942 ter plaatse. Er waren heel wat Joodse middenstanders in ons dorp. Twee kruideniers, vier slagers – waarvan een kosjer -, zes handelaren in stoffen en textiel, twee kledingwinkels, – met de namen ‘De Zon’ en ‘De Zilvervloot’, en twee bakkers. De meeste winkels waren op sabbat – de zaterdag – gewoon open. Behalve de twee bakkers en de kosjere slager. Een van de stoffenzaken had alleen bij gelegenheid de winkel met sabbat gesloten. Die gelegenheid was als de schoonfamilie op bezoek kwam; dochterlief was gehuwd met een rabbijn. Vandaar dus.
Een slager van eigen bodem doet verslag van de deportatie van de Joodse bakker en zijn gezin in de Van Echtenstraat. Het betreft de familie Wijnberg: vader, moeder, zoon Manie en dochter Perla. Ze hadden het gezin nog gewaarschuwd, maar ze wimpelden het af: ‘Het zal wel meevallen, we komen vast weer terug.’ De zoon vroeg aan de slager of hij zijn postzegelverzameling zolang wilde bewaren. Nou; daar gingen ze, met velen, twee aan twee, bepakt en bezakt, richting het station. Velen zijn, na een stop in Westerbork, rechtstreeks naar de vernietigingskampen in Polen gegaan. In werkkampen, zoals hen was voorgespiegeld, zijn ze nooit gekomen. Van de bakkersfamilie overleefde alleen de zoon het. Na alle bizarre indrukken, had hij na de oorlog echter geen weet meer van zijn eigen postzegelverzameling.
De Joodse samenleving kende, sinds 1798, ook een eigen synagoge aan de Schutstraat. Het huidige gebouw werd gebouwd in de jaren 1865-1866. Op de gevel van het gebouw staat nog altijd de tekst van Exodus 20:24
> ‘Op elke plaats waar Ik mijn naam wil laten noemen, zal Ik naar jullie toekomen en je zegenen.’
In de synagoge hebben rabbijnen gediend, waaronder Mozes Koekoek, die vanuit deze locatie leerlingen opleidde in de praktijk van rabbi. Een deel van de Joodse samenleving kwam er op de sabbat bijeen. De mannen in de zaal beneden en het balkon diende voor de vrouwen. Meer dan een eeuw was dit het vertrouwde beeld in Hoogeveen, totdat de oorlog ’40-’45 er een einde aan maakte. De Duitsers confisqueerden het gebouw als pakhuis en lieten het met geruïneerde inventaris achter. In de jaren ’80 werd het een kerkgebouw van de Vrijgemaakt Gereformeerden. Vanaf 1996 is de voormalige synagoge het onderkomen van Baptistengemeente ‘De Schutse’, alwaar ik nu de voorganger van ben. Vorig jaar, op 4 mei, is er op het gebouw een plaquette geplaatst ter herinnering aan de Joodse geschiedenis.
Wat zeg ik … geschiedenis … het antisemitisme laait weer op in Europa en ook in eigen land. Na het bloedbad dat Hamas aanrichtte op 7 oktober 2023 en de daaropvolgende bombardementen op Gaza, is er, in Nederlandse taal, een boekje uitgekomen met korte reacties van Joodse schrijvers. De titel luidt: ‘Wie over vrede spreekt heeft moed.’
Chaja Polak schrijft over het opgroeien tussen getraumatiseerde volwassenen. De overlevenden van de tweede wereldoorlog zouden nooit echt genezen. Ze leerden te leven met de Holocaust in hun hoofd. En helaas niet allen, want menigeen pleegde later suïcide, omdat ze de beelden niet meer uit het hoofd konden krijgen. Ze heeft een boek geschreven ‘Het verdriet van de vrede’.
Deze Chaja Polak stelt dat geweld nooit een oplossing biedt.
Een andere schrijver, Leonard Ornstein, stelt aan het einde van zijn schrijven dat we de weg naar de vrede moeten terugvinden. Er is gewoon geen andere weg die uitkomst biedt. Het raakt mij als Joden een pleidooi voeren om samen met anderen te zoeken naar een leefbare wereld voor iedereen – inclusief Palestijnen.
We gedenken het verleden om te leren voor het heden. De cyclus van geweld moet doorbroken worden, zonder naïef te zijn. De leus ‘from the river to the sea’ is niets anders dan een nieuwe variant op ‘Judenrein.’ Het appelleert niet aan vrede, maar aan antisemitisme.
De geschiedenis leert ons met ijskoude feiten waar antisemitisme toe kan leiden. En omdat de feiten ons zo vaak onberoerd laten, moeten we de verhalen vertellen, opnieuw en opnieuw, zodat we blijven weten, en wellicht een klein beetje begrijpen, wat het is om in deze wereld Jood te zijn.
