Het was volgens mij een zondagse dienst van begin februari. Ik had een ‘nieuwe’ manier van bijbellezen geïntroduceerd: lectio divina. Daarbij lees je meermalen een bijbelgedeelte hardop en luister je met de oren van je hart. “Wat raakt mij in dit bijbelgedeelte en waartoe roept het mij persoonlijk op, wat vraagt God van mij door dit woord heen?”. Ik vroeg een paar mensen om te getuigen van wat ze meemaakten bij de lezing. Twee kwamen er naar voren. Na afloop zei iemand tegen mij: “Ik had ook wel iets, maar ik ben niet zo’n held – dat podium…”.

 

Ik ben geen held. Ik ook niet. En ik bedacht mij dat Petrus bij Pasen dat ook niet zo was. Wij kennen Petrus als hij met grote mond en klein hartje. Stoere taal dat hij Jezus niet zal verlaten en verloochenen (Marcus 14:26-31), om even later de vernedering te ervaren dat hij – uit lijfsbehoud – die woorden niet waar kon maken (Marcus 14:66-72). De haan kraaide, Petrus huilde en zweeg.

Petrus werd een ‘held’ toen hij in zijn grote kwetsbaarheid de belangrijkste woorden uit zijn leven zei: “Heer, U weet alles, U weet dat ik van U hou” (Joh. 21:17). Jezus beantwoordt deze woorden (een geloofsbelijdenis) met een opdracht en het “Volg Mij” (:19). Jezus herstelt Petrus, Hij richt hem op – een doorstart. Hiermee sluit Jezus aan bij wat Hij ook in het eerste contact met Petrus (bij diens roeping) zei: “Volg Mij” (Mattheüs 4:18). Als de Heilige Geest met Pinksteren over Petrus komt gaat hij helemaal ‘los’. De gevolgen daarvan ervaren wij nu nog steeds: wij zijn ‘nakomelingen’ van Petrus en de andere discipelen.

“Ik ben geen held”. Dat vraagt Jezus ook niet van ons. Hij vraagt ons slechts mét Hem te leven. En van daaruit te getuigen, in onze – heel gewone – woorden wat we meemaken en hoe wij daarin met Hem omgaan. “Heer, U weet van (… – vul jouw persoonlijke situatie maar in), U weet dat ik van U hou”. Er gaat zo’n bemoediging vanuit als we die liefde en dat leven (met alle ups & downs) met elkaar delen door er in woorden uiting aan te geven: “Dit heeft Jezus in mijn leven gedaan” of “In situatie X heb ik Hem zo nodig”. We eren God als we groeien in vrijmoedigheid!

“Heer, open mijn lippen, omdat mijn mond Uw lof verkondigt” (Psalm 51:17).

Jan-Martin, voorganger.