En het geschiedde … dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genoemd werden.

Handelingen 11:26b (NBG)

‘En dat noemt zich nu christen!’ Ongetwijfeld heb je wel eens een gesprek met iemand gehad die dat zei. Misschien heb je het zelf ook wel eens gezegd. ‘En dat noemt zich nu christen!’ Want ja, de mensen in de kerk, ze zijn vaak geen haar beter dan mensen die niet in de kerk komen. En wat betekent het woord christelijk nog, als het voorkomt als de C in de naam van allerlei verenigingen, politieke partijen of scholen? Je zou kunnen zeggen: ‘Nou, laat maar, dat woord ‘christen’ of ‘christelijk’ kan van alles betekenen. Laten we het maar niet te veel gebruiken, want waar staat het eigenlijk nog voor?’

Waarom worden we eigenlijk christen genoemd? Die naam is niet zomaar een aanduiding, die toevallig  in de loop van de eeuwen gangbaar is geworden. In Handelingen 11:26 komen we het in eens tegen. Zo op het eerste gezicht wordt daar tussen neus en lippen door even gezegd dat de volgelingen van Christus in Antiochië voor het eerst Christenen werden genoemd. ‘Christianen’ staat er eigenlijk. Dat gebeurt in Antiochië waar Paulus en Barnabas een heel jaar met veel vrucht werken. De mensen in Antiochië zien dat. Ze zien, dat mensen die Jezus volgen, veranderen. En dan beginnen ze die mensen ‘Christianen’ te noemen, volgelingen van Christus.

Wat mooi om te lezen, dat niet gelovige Antiochiërs Christus zien in de mensen die Hem volgen. De naam Christen is hier geen vage aanduiding. Het zegt alles over wie een christen is. ‘Christianen’ zijn leerlingen, die Jezus bewonderen om zijn wijsheid en goedheid. Ze verlangen ernaar om steeds in Zijn nabijheid te zijn, om door Hem  geleid en geholpen te worden in alle dagelijkse dingen. Het is te zien, dat ze zo steeds meer op Jezus gaan lijken.

Het lijkt alsof de naam christen door mensen zelf is bedacht. Een naam, waar we ook wel vanaf kunnen als die niet meer zo goed in het gehoor ligt. En toch is dat niet zo. In de NBG vertaling staat ‘En het geschiedde … dat de discipelen voor het eerst in Antiochië Christenen genoemd werden.’ Let eens op die uitdrukking: ‘en het geschiedde’. Dat zijn woorden, die altijd gebruikt worden, wanneer God iets aan het doen is. Dat is hier ook het geval: ‘En het geschiedde dat de discipelen Christenen genoemd werden.’  God wil graag dat volgelingen van zijn Zoon christen genoemd worden. God laat in de gelovige Antiochiërs zien wie Hij is en laat ze door de niet gelovige Antiochiërs Christen noemen.

Toen ik dit gedeelte in Handelingen 11 las, dacht ik: zouden de mensen in onze omgeving Christus ook in ons zien? Heeft God in ons ook zo de ruimte gekregen, dat we steeds meer op Hem lijken? Zien ze, dat jij en ik anders zijn? Ik bedoel hier niet mee, dat je perfect bent, of dat alles zonder moeite gaat. Nee, we kennen allemaal onze beperkingen en toch zien mensen om ons heen iets anders in jou en mij; een mooi mens. Jij mag degene die jouw anders zijn opmerkt, wijzen op Jezus die dat in jou heeft gedaan. Ere wie ere toe komt. De naam Christen is dan niet vaag meer, maar een erenaam. Een naam die niet op onszelf, maar op Christus wijst!

Komende maanden zal ik een serie preken wijden aan het thema ‘Jij bent een mooi mens!’ We gaan ontdekken aan de hand van Galaten 5:22 hoe Jezus door zijn Geest ons karakter vormt. Ben je benieuwd naar wat God in jou doet en wil gaan doen?

Ds. Bathseba Luttjeboer

Pastoraal werker van de Schutse

X