Geraakt worden in het hart van je identiteit. Want het hoort bij je, een stukje van je ziel. Onderdeel van het patroon van je leven. Kan je je de stad Groningen voorstellen zonder Martinitoren? Ik niet. Parijs zonder de Notre-Dame? Een Fransman niet. Jeruzalem zonder tempel? Een vrome Jood blijft hopen op de 3e tempel (de vorige twee waren verwoest). God zien? Onmogelijk!?

 

Het moet een ware aardschok geweest zijn wat er bij het sterven van Jezus gebeurde. Terwijl Jezus op Golgotha de laatste adem uitblies, werd de kracht van God zichtbaar. Graven gingen open en doden stonden op en verschenen in de stad. Meer nog, de hogepriester zou zeggen “erger nog”: de toegang tot God kwam open te liggen. Het voorhangsel (‘gordijn’) dat het Heilige der Heilige, daar waar God geacht werd te wonen bij de Ark van het Verbond, scheidde van de rest, scheurt doormidden. Eén keer per jaar mocht daar de hogepriester bij God komen.

En nu…gebeurt het onvoorstelbare. De geestelijke leiders van Israël zullen in hun ziel geraakt zijn. “Dit kan niet!”. Het kon wel. God raakte dòòr Jezus heen de ziel van de mens. Zijn sterven bracht leven. Niet lang na het moment dat Jezus uitriep “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”, schenkt Hij het tegenovergestelde daarvan aan de mens: geen verlatenheid, maar diepe verbondenheid met God. Lees Mattheüs 27:45-56, thrilling!

Pasen zet mij altijd weer stil bij wat de gewoonte was in de vroege kerk: in de Paasnacht werd gedoopt. Om zo dicht mogelijk bij de krachtige symboliek te komen die in de doophandeling (het ‘kopje onder gaan’) tot uitdrukking wordt gebracht: met Jezus sterven én weer opgewekt worden (Romeinen 6). De overgang van het oude naar het nieuwe, markering van een nieuw leven. “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, zie, het nieuwe is gekomen” – zo luidde mijn dooptekst uit 2 Korinthe 5:17 in 1989. Jezus veroorzaakte een aardschok in mijn leven. Sindsdien kan ik mij geen leven zonder God meer voorstellen.

Jan-Martin Berghuis, voorganger.