Sitemap
vrijdag, 10 september 2010
identiteit
baptisme
volgens Anne de Vries
volgens de Unie
historie gemeente
historie kerkgebouw

Waar zijn baptisten het over eens?

Ja, waarover eigenlijk? Over talloze zaken zijn baptisten het niet met elkaar eens en daar zijn we (gematigd) trots op. Want het geeft de vrijheid van denken weer, die in de gemeente van de Heer kennelijk kan bestaan. Overigens, niet iedereen is daar gelukkig mee. Dat ontdek je in tijden van crisis. Dan is de verleiding aanwezig om meer geloofsgoed of afspraken officieel vast te leggen op papier. En dat kan inderdaad helpen meer houvast te hebben. Maar de kerkgeschiedenis leert ook, dat je echt grote meningsverschillen op die manier niet oplost; de crisis komt door de kieren en gaten van de vastgestelde regels naar buiten kronkelen. Misschien is het wel daarom dat we als baptisten maar een paar dingen hebben, waar we het volgens mij over eens zijn. Dat is mazzel voor mij, want het betekent een korte serie artikelen (en voor u als lezer waarschijnlijk ook mazzel - het houdt binnen afzienbare tijd weer op). Het beschrijven van alle verschillen zou wel eens niet klaar kunnen zijn voor de komst van de Heer.

Waarover dan?

Hieronder volgt een korte opsomming. U begrijpt wel, dit is mijn opsomming. Het is niet ondenkbaar, dat u het met me eens bent, maar ook dat u het niet met me eens bent. Ik hou mij aanbevolen voor commentaar en verbetering en maak daar graag gebruik van. Het is de bedoeling om over elk onderwerp een artikeltje te schrijven, niet een grondige bijbelstudie maar meer als een soort opinie. Overigens heb ik wel de stellige indruk, dat een en ander berust op de Schrift (dit ter geruststelling van wie zich daar al bij voorbaat zorgen over maakt?).

Waarom kom ik daar nou zo toe om hierover te schrijven? Een aantal redenen:

  • Ik heb al een paar keer in het geven van cursussen gemerkt, dat het handig is om de kenmerken van het baptisme kort te kunnen formuleren, bijvoorbeeld bij introductie - of doopcursussen.
  • Geen van deze 7 punten is onomstreden. Telkens weer in de geschiedenis van onze beweging zijn er theorieën, die 1 of meer ervan bestrijden of aanvechten. Daar heb ik de laatste tijd ook mee te maken gehad en dat maakt dat je er nadrukkelijker over nadenkt.
  • Anderen hebben mij wel eens gevraagd om er wat over te schrijven.

Het gaat om de volgende onderwerpen:

  1. de gemeente van gelovigen;
  2. de doop van gelovigen;
  3. het avondmaal van gelovigen;
  4. het algemeen priesterschap van gelovigen;
  5. de erkenning van het gezag van de Bijbel;
  6. het theologisch primaat van de lokale gemeente;
  7. de rechten van de mens.

Hier zijn we het dus over eens volgens mij. Ik heb dit niet zelf allemaal bij elkaar gesprokkeld, maar het bestaat al; het bestond al voor ik bestond. Het is de eenheid, die in de praktijk van de gemeente van Christus gegeven, gegroeid en erkend is (met de nodige strijd zo nu en dan). De basis van dit alles is te vinden in Efeze 4:4-6.

De woorden die daar genoemd worden komen terug in deze 7 punten. Daarbij komen dan nog een paar punten, die uit de schade en schande en de wijsheid van onze geschiedenis geleerd zijn. Het bestrijkt in elk geval de kern van onze geloofsbeweging op een manier, waarin ik mijzelf volstrekt herken en waar ik ook voor wil gaan. Wie er in het openbaar afbreuk aan wil doen, krijgt onherroepelijk met mij te maken, niet omdat ik de rechter ben, maar omdat naar mijn stellige overtuiging dit rijkdommen zijn voor onze geloofsgemeenschap, die we niet op mogen geven. In elk geval - hier heb ik het over. Ik hoop, dat het dient tot opbouw van ons gezamenlijk geloof.

Naar boven

Artikel 1: de gemeente van gelovigen

Dat ik daarmee begin, is misschien verrassend. Want je zou eerder aan de doop denken als startpunt van eenheid. Toch zijn er dwingende redenen om zo te starten. De meeste daarvan vindt u in het boekje, dat br. Jannes Reiling vele jaren geleden schreef: 'Gemeenschap der heiligen' (vele oude baptisten hebben het in de boekenkast staan voor wie het zou willen lezen).

Ik vind daar veel zaken in, die nog niets aan actualiteit hebben verloren. In elk geval, hij is één van mijn (belangrijkste) leermeesters geweest en ik heb zijn wijze van denken in dezen altijd verhelderend gevonden.

Wij zijn het erover eens, dat de gemeente van Christus bestaat uit gelovigen. Dat is iets wat uit de Schrift op ons af komt (zie o.a. Handelingen 2:40-47) , en niet een stokpaartje van baptisten. De gemeenschap van gelovigen vormt het Lichaam van Christus, niet alleen over de hele wereld, maar ook in de plaatselijke gemeente. Die gemeenschap bestaat uit volgelingen van Jezus, die op een persoonlijke (en vaak unieke) wijze de roepstem van God in Zijn Zoon hebben gehoord door de Schrift en de Geest en daar ook zelfstandig antwoord op hebben gegeven.

Het onderscheid baptisten van andere kerken en opvattingen. Als voorbeeld: de klassieke leer van de kinderdopende kerken zegt, dat je al tot de kerk kunt behoren zonder je persoonlijk geroepen te weten door Christus en zonder daar een persoonlijk geloofsantwoord op te geven. In de tijd van de reformatie (16e eeuw) heeft het debat al gewoed. Luther was van mening, dat hij graag een 'kerkje' van mensen met een persoonlijke geloofsovertuiging in de kerk wilde stichten, maar hij vond de situatie in die tijd niet geschikt om een zo rigoureuze verandering in te voeren. De anabaptisten (de stroming rondom Zwingli, waar de historische wortels van de doperse beweging beginnen) wilden die route juist wel volgen; het leverde een felle strijd op in theologische zin, maar ook fysiek. Velen werden martelaar om die overtuiging.

Het betekent dus wel iets! Je kunt bij ons geen lid van de gemeente worden, als je niet gelooft. Nog wat scherper, als je geen persoonlijk geloof in Jezus stelt als redder, verlosser en Heer (Meester) van je leven. Deze formulering vooronderstelt weer een heleboel bijbelse geloofsleer, maar dat laat ik nu even geworden. Het gaat mij er om, dat mensen niet uit traditie of op grond van geloof van anderen of op grond van andersoortige redenen (politieke bijvoorbeeld) deel uit maken van de gemeente van Christus, zoals beschreven en voorgeschreven in het Nieuwe Testament.

Grenzen
Waar liggen de grenzen van die gemeente? Horen gelovige vrienden er ook bij? Ja en nee.

Ja, wanneer het gaat om de wereldwijde gemeenschap van Jezus-volgelingen, waar ook de plaatselijke gemeente deel van uit maakt. Meestal vallen vrienden onder het pastoraat van de gemeente, ze doen mee in het werk van de gemeente en in de ervaring van het gemeenschappelijk geloof, we beleven samen met hen de band van Gods Geest en meestal is er ook een (gedeeltelijke) vrijheid om avondmaal mee te vieren. Nee, wanneer het gaat om de plaatselijke gemeente en de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken daarin.

In voetbaltermen - verantwoordelijk voor het plaatselijke spel is, wie binnen de krijtlijnen wil komen meedoen. De gemeenschap van het geloof beleef je het meest volledig als leden van de gemeente. Het is lastig en soms verdrietig dat andere kerktradities (en soms ook onze eigen menselijke spelregels) daar hindernissen veroorzaakt hebben en nog wel veroorzaken. Overigens doet dat niks af aan de centrale gedachte: Mensen die deel uit maken van de plaatselijke gemeente van Christus, moeten gelovigen zijn; niet in vage, algemene zin, niet 'religieus', maar heel precies: hartgrondige volgelingen van Jezus Christus als Zoon van God en Heer over hun leven.

Naar boven

Artikel 2: de doop van gelovigen

Soms lijkt het er wel op dat dit het enige is waar baptisten het over eens zijn. Het is in elk geval hét onderwerp waar alle baptisten gemakkelijk langdurig over praten, over de ervaring, de overwegingen, de details, de anekdotes (het is verleidelijk om er wat te vertellen ?), de dienst, de preek, de liederen enzovoort. Het is het symbool, dat ons het meest grondig samenbindt, sterker nog dan het avondmaal (zie het volgende artikel). Want het avondmaal wordt niet door ieder gemeentelid gevierd, maar de doop is wel door ieder gemeentelid ondergaan. Nou is het niet zo, dat er geen debatjes zijn over de grenslijnen, over een minimum leeftijd bijvoorbeeld en een enkele keer over de vorm, of het desnoods ook met wat minder water nog geldig is. Maar grotendeels is er eenheid over de betekenis van de doop en de vorm ervan. De betekenis ligt in het getuigenis van het geloof van de dopeling zelf. Hoe indrukwekkend ook het getuigenis mag zijn van de ouders, de familie, de dominee en de gemeente, dat is allemaal niet beslissend. Beslissend is de persoonlijk keuze voor Christus, die zichtbaar en hoorbaar wordt door met Hem te sterven en op te staan door het watergraf heen en na belijdenis van geloof (zie Romeinen 6:1-14).

Vorm en opdracht
De vorm is afgeleid van de Joodse wassing zodat de dopeling cultisch rein wordt. Het Oude en Nieuwe Testament verwijzen er talloze malen naar en het lijdt geen twijfel, dat de doop van Johannes en die van de christengemeente deze basis hadden. Er mag ook geen twijfel over bestaan, dat de Heer een aantal zaken aan zijn leerlingen heeft opgedragen. Daaronder valt ook de doop. De volgelingen van de Heer krijgen in Matteüs 28:19 en 20 de opdracht te dopen. Elke nieuwtestamentische gemeente heeft die opdracht. We kunnen de doop dus niet afdoen als een baptisten eigenaardigheid of hobby of stokpaard - wij ervaren het als een opdracht van de Heer. De gemeente van de Heer is gehouden die opdracht uit te voeren. Wij doen het op zijn gezag en in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Soms hoor ik wel eens mensen praten over de doop alsof dat uitsluitend een zaak van innerlijke behoefte is, facultatief als het ware. Het doet mij altijd denken aan een bepaald sterspotje(ik ga hier niet uitleggen waar dat over gaat), waarbij een meisje, happend uit een grote zak popcorn zegt: Dat kun je allemaal doen ? als je dat wilt ? het hoeft niet! Nou, het hoeft dus wel! Want Jezus gebiedt het en wij hebben het uit te voeren. Het is niet facultatief, zoals sommige hedendaagse schriftkenners wel willen beweren, alsof het Matteüs evangelie niet voor de gemeente van nu geschreven is en de opdracht van Jezus dus niet voor de mensen van nu verplichtend is. Wie zo denkt en spreekt, doet af aan de kracht en de eenheid van de Schrift. De doop is een opdracht voor de gemeente van Christus. Maar ook voor de individuele gelovige! Hoeveel gewicht we ook willen hechten aan allerlei belemmerende factoren, hoezeer we ook willen laten meewegen wat de kerkgeschiedenis aan verwarring gebracht heeft, hoezeer we ook graag iedereen ter wille willen zijn - we kunnen niet verdoezelen, dat Petrus in Handelingen 2:38 en 39 zegt, wat de hoorders moeten doen: Zich bekeren, zich laten dopen in Jezus' naam en zich afkeren van een goddeloos geslacht. Dat is niet facultatief, maar een directe opdracht van de Geest, die het door Petrus laat zeggen. Wie zich daaraan met menselijke argumenten of met het verknippen van de Schrift denkt te kunnen onttrekken heeft het mis - het woord van de Heer gaat voor.

Naar boven

Artikel 3: het avondmaal van gelovigen

Grotendeels zijn baptisten het daar met elkaar ook over eens. Ik schrijf: grotendeels, omdat ik wel weet, dat er over een aantal zaken verschillend gedacht wordt. Ik kom oorspronkelijk uit een gemeente, die (zoals veel meer gemeenten) geen deelname aan het avondmaal toestond tenzij je lid was van een baptistengemeente, die deel uit maakte van de unie. De volgende gemeente, waar ik lid werd (en voorganger), hield er een open avondmaal op na. Alle daarop volgende gemeenten hanteerden één of ander soort gastrecht. De inhoud van het avondmaal bleef er gelijk om. Ook is er verschil tussen gemeenten in de zin van dat er wijn of druivensap gedronken wordt. In al die situaties was en is er wel eensgezindheid over, dat het avondmaal, of zoals Paulus het noemt 'de maaltijd van de Heer', gevierd moet worden door mensen, die een persoonlijk geloof in Jezus kennen.

Geloof
Dat kan immers ook niet anders. Brood en beker maken lijfelijk(!) duidelijk, dat Jezus zichzelf geofferd heeft voor ieder persoonlijk (zie 1 Korinte 11:23-26). Het eten en drinken van beide doe je tot nagedachtenis aan Jezus, niet zozeer of alleen als een historische herinnering, maar om het weer in eigen leven te voelen en te weten, wat Hij voor mij, voor ons heeft gegeven. Brood en beker verbinden ons aan Christus en aan elkaar. We realiseren ons persoonlijk, wat Jezus gedaan heeft, hoe onze zonden zichtbaar worden maar ook weggenomen worden door zijn verzoenend lijden en sterven. Het brengt in ons de hoop opnieuw tot leven, dat we met Christus een veel grotere maaltijd zullen vieren, samen met alle heiligen (zie Openbaring 18:5-10). De maaltijd van de Heer staat tussen het verleden en de toekomst in. Zoals één van mijn collega's eens zei: we kijken terug (naar Jezus' lijden en sterven), we kijken omhoog (naar God die goed voor ons is), we kijken om ons heen (naar onze broeders en zusters met wie we het lichaam van Christus delen en zijn) en we kijken vooruit (naar de bruiloftsmaaltijd van het Jezus in de toekomst). Alleen vanuit een bewust, persoonlijk en volwassen geloof kun je zoiets doen. Dat is ook de reden, dat kinderen geen deel nemen aan het avondmaal; je vergt van hun kindergeloof volwassen begrip en keuzes, wanneer je hen erin laat delen. Dat vraagt de Schrift niet van hen en de Heer al helemaal niet. Die vraagt van kinderen niks, maar geeft zichzelf aan hen als Vriend. Daar mogen we het bij laten. Wanneer je ouder wordt en voor jezelf begint te kiezen, komt ook de keuze met betrekking tot Jezus aan de orde; in onze gemeenten betekent dat meestal nadenken over doop en avondmaal.

Opdracht
Het avondmaal wordt vaak gevierd alsof het iets vrijblijvends is. Daar bedoel ik mee, dat gelovigen ernaar toe gaan, als ze er behoefte aan hebben. Maar zo heeft Jezus het niet ingesteld. Hij heeft het als een opdracht aan de gemeente gegeven en daarmee dus ook aan de gelovigen. Hij nodigt ons uit en draagt ons op de maaltijd te vieren en Hem daarin te gedenken en te ontmoeten. Veel gelovigen gaan buitengewoon onbeleefd om met die uitnodiging. We zouden het niet wagen om onze buren of familie zo te behandelen: uitgenodigd worden en dan zonder duidelijke reden verstek laten gaan. De 'noaberschap' zou gauw ten einde zijn en de familierelatie spoedig problematisch. Maar bij het avondmaal is dat schering en inslag - gelovigen, die zonder opgaaf van reden de maaltijd van de Heer verzuimen. Het is duidelijk dat iedere gelovige er zou moeten zijn, tenzij je lichamelijk niet kunt of geestelijk zwaar belast bent. Maar ook in dat laatste geval zou ik mensen aanraden daar in elk geval naar toe te gaan. Want brood en beker zijn ook leeftocht van God voor ons onderweg, een leeftocht die we nodig hebben op de reis.

Naar boven

Artikel 4: het algemeen priesterschap van gelovigen

Bisschop?
Soms roep ik schertsenderwijs dat we de titel van bisschop weer moeten invoeren (meestal met de hoop, dat ik dat zelf zou mogen zijn). Maar dat is vanzelf een grap. Want baptisten zijn niet episcopaals; dat woord is afgeleid van de Griekse term voor opziener: episkopos en daar is 'bisschop' van afgeleid. Het woord komt wel in het Nieuwe Testament voor, maar het beschrijft niet een functie met extra gezag over andere gelovigen. Sterker nog: het woord 'gezag' wordt nadrukkelijk verzwegen in alle teksten die gaan over verhoudingen binnen de gemeente: Het zwijgen van de bijbel hierover is oorverdovend!

Baptisten zijn ook niet presbyteriaal. Dat is afgeleid van het Griekse woord voor oudste: presbyter. In dat type kerk hebben de oudsten het hoogste gezag, beslissend in leer en leven. Nou weet ik wel, dat in vele gevallen dat gezag uitgeoefend wordt door goed te luisteren naar wat de gemeente te zeggen heeft. Maar het doet niks af aan de tweedeling, die je in dit type kerk tegen komt: ambtsdragers en overige leden.

Congregationalisten!
Baptisten behoren tot een derde type - de congregationalisten (daar mag u wel even op oefenen, dat moest ik eerst ook). In dat woord kom je de term 'congregatie' tegen, = gemeente. In dit soort kerk heeft de plaatselijke gemeente het hoogste menselijk gezag in vragen over geloof, leer en leven. Voorganger en raad hebben zich daarnaar te voegen. Het is de gemeente van gelovigen, die samen het priesterschap van God vormt: een koninklijk priesterschap, een heilige natie naar 1 Petrus 2:9 en Openbaring 5:10.

Dat betekent, dat er geen onderscheid is tussen geestelijken en leken. Wij hebben geen leken, alleen geestelijken. We hebben geen ambtsdragers in selecte betekenis. Of we zijn allemaal ambtsdrager of niemand is dat - het woord komt in het Nieuwe Testament niet voor, dus we kunnen kiezen.

Sterkte en zwakte
Het algemeen priesterschap is bij baptisten een sterkte en zwakte tegelijk. Een sterkte, omdat daarmee werkelijk zichtbaar en effectief wordt, dat de gelovigen samen de inhoud van het geloof ervaren, soms vastleggen en bewaken, maar ook uitdragen. Niet een paar professionals, die het doen, maar de gemeente zelf. Maar het is ook een zwakte, want vaak is het moeilijk om tot daadkrachtige stappen te komen. Het lijkt wel wat op het rondrijden van een kruiwagen vol kikkers: Beweging genoeg - richting ho maar!

In termen van gemeente opbouw betekent dit punt: gavengericht leren denken en de organisatie van de gemeente mee laten bepalen door wie wat kan doen vanuit de gaven van de Geest. Het betekent ook: een verstandig en soepel samenspel tussen gemeente en leiding, zodat de volle kracht van Gods Geest kan werken. Geen domineesgemeentes meer! Als ik dat schrijf, weet iedereen, dat het dus nog lang niet 100% is met het algemeen priesterschap. Nog veel te vaak laten we toe, dat het werk gedaan wordt door een klein aantal, terwijl de rest zit te consumeren en commentaar te leveren. Zo moet het niet - volgens mij zijn we het daar samen over eens. Als de bijbel de gemeente van gelovigen beschrijft als een koninklijk priesterschap, dan hebben we dat volle ruimte te geven. Dan moeten we onze activiteiten, doelen en plannen daarop afstemmen. En als we dat doen ontdekken we iets verrassends en verheugends:Met inzet van alle vaardigheden is de plaatselijke gemeente heel goed in staat haar taak uit te voeren - en levert het veel meer op aan zegen voor gemeente en samenleving.

Dus toch maar geen bisschop (zucht?), maar graag inderdaad lokale gemeenten, die weten wat ieder lid kan en daar werk van maken. Dan zijn we het niet alleen theoretisch eens over dit punt, maar bewijzen we ook in praktijk, dat we de titel waard zijn, die de bijbel ons geeft.

Naar boven

Artikel 5: de erkenning van het gezag van de bijbel

Debat
Dit wordt misschien wel de lastigste van de serie. Want voor je het weet zit je in een onvruchtbaar debat, dat wel hete hoofden op levert maar ook koude harten. En daar voel ik niks voor. Ik wil geen debat op de vierkante millimeter over wat inspiratie van de bijbel betekent - ik kan dat wonder zelf ook niet goed uitleggen. Ik bedoel er iets veel algemeners mee: namelijk dat de bijbel door de gemeente van gelovigen in zijn totaliteit gezag heeft in leer en leven. Dat God door zijn woord tot ons spreekt in deze tijd en dat we er goed aan doen er secuur naar te luisteren, ook al snappen we niet alles en vinden we sommige zaken moeilijk. Het gaat om het gezag van de hele bijbel. Volgens mij zijn baptisten het erover eens, dat de hele bijbel (van Genesis tot Openbaring) gezag heeft ook in deze tijd. Ik weet wel, dat het Oude Testament dat op een andere wijze heeft dan het Nieuwe - wij zijn geen Joden en hoeven dat ook niet te worden. Maar het gaat in het Oude Testament wel degelijk ook om mensen van vandaag - lees de Psalmen er maar op na. Nog veel sterker blijkt dat uit het Nieuwe Testament. Baptisten zijn het er over eens, dat ze nieuwtestamentische gemeente proberen te vormen. Vroeger stond dat zelfs letterlijk op De Christen - het landelijk blad van de unie. Daarmee zeggen baptisten: Wij willen en moeten gemeente zijn zoals die in het Nieuwe Testament beschreven en voorgeschreven staat.

Geen open deur
Misschien denkt u - nou ja, wat een open deur! Maar dat lijkt maar zo. Want in deze tijd gaan theorieën rond, die delen van het Nieuwe Testament krachteloos willen maken voor de gemeente van nu. Met name in de sfeer van de zogenaamde bedelingentheologie kom je naast veel opbouwends ook varianten tegen, die ronduit bedreigend zijn voor ons soort gemeenten. Dan gaat het om een leer, die beweert, dat niet alle brieven als gezaghebbend voor ons geschreven zijn of over ons gaan. Er zou in het Nieuwe Testament sprake zijn van een tweedeling (of meer), waarbij er theologisch en principieel onderscheid is tussen de vroege gemeente (bijvoorbeeld tot aan Handelingen 28) en de latere gemeente. Als ik er onlangs niet zelf tegen aan gelopen was, had ik dit niet kunnen bedenken! Daarom gaat het om het gezag van de hele bijbel. Wie erin begint te knippen, zit op een heilloze weg, voor zichzelf en voor de gemeente van gelovigen.

Eenheid van de Schrift
Baptisten hebben de eenheid van de Schrift nodig. Telkens weer moeten we samen onderzoeken, wat de boodschap is van de bijbeltekst en hoe we die in deze tijd moeten toepassen (zie 2 Timoteüs 3:14-17). We kunnen niet volstaan met het wegknippen van teksten, die voor onze theorie even minder handig zijn. We zijn niet gerechtigd om af te doen aan het geheel van Gods woord. Waarom niet? Om de eenvoudige reden, dat we geloven, dat het niet ons product is. Ik weet wel dat de bijbel door mensenhanden is geschreven, maar ten diepste zeggen we dat het Gods woord is. Hij heeft dat woord zo gegeven in een door Gods Geest geleid proces en wij hebben het ermee te doen. Voor een doorsnee baptistengemeente is dit gesneden koek. Natuurlijk willen we luisteren naar elke tekst in het Nieuwe Testament, zelfs al vinden we sommige lastig uit te leggen of toe te passen. We zetten geen teksten bij voorbaat buitenspel, we knippen er geen brieven uit. Wat dan snij je in eigen vlees. Dat leert de kerkgeschiedenis ons. De gemeente van gelovigen ontvangt haar voeding uit de hele bijbel en floreert, wanneer ze gemeenschappelijk zoekt naar de rijkdom uit Gods woord.

Naar boven

Artikel 6: het theologisch primaat van de lokale gemeente

Plaatselijke gemeente
Denkt u bij primaat ook meteen aan apen? Nou, dat bedoel ik niet. Ik bedoel: de plaatselijke gemeente van de Heer heeft het laatste woord over de theologie - de leer over Christus, naar de Schrift en geleid door de Geest. Het is de diepe overtuiging van baptisten, dat de gemeente van de Heer (waar Hijzelf in het midden is als ze in zijn naam samen zijn gekomen) de beslissingen neemt in geloofsvraagstukken. Waarom is dat zo bijzonder? Omdat de kerkgeschiedenis heel wat andere antwoorden heeft opgeleverd zoals een paus of een synode.

Geen Paus, geen synode!
Baptisten hebben geen paus. We hebben wel een unie en een wereldorganisatie (van ongeveer 40 miljoen leden!), maar de president heeft voornamelijk een organisatorische rol. Er is niet 1 persoon op een centrale positie, die de theologie bepaalt en die gezag heeft over unies en gemeenten.

Baptisten hebben ook geen synode. Dat is een landelijke vergadering van kerkleiders, die zich beslissend kan uitspreken over geloofszaken en de plaatselijke kerk heeft dat maar te volgen. Mensen die de unie niet kennen zijn meestal verbijsterd wanneer ze er achter komen wat de unie allemaal niet doet - ik bedoel dat letterlijk: Wat de unie allemaal niet mag doen, wat buiten haar bevoegdheden valt (hier heb ik wel wat aardige anekdotes over?). De unie is een federatie van plaatselijke baptistengemeenten, die precies zoveel mandaat heeft als de gemeenten bereid zijn te geven - en geen millimeter meer. De unie beslist niet over geloofszaken. Sommigen vinden dat een ramp - ik niet! Ik vind het een zegen. Het doet recht aan het bijbelse feit dat de plaatselijke gemeente voluit Lichaam van Christus is.

De dominee of de kerkenraad? Het is een grote verleiding, misschien zelfs verzoeking om theologie in handen van dominee of kerkenraad te leggen! Want de dominee bijvoorbeeld heeft er voor geleerd. Wanneer het vanaf de preekstoel verkondigd wordt moet het wel Gods woord zijn! (Ik zou daar niet te zeker van wezen!) Niet de dominee bepaalt de geloofsleer van de gemeente. De voorganger heeft wel een belangrijke taak in het helpen van de gemeente om het woord van God te verstaan. Maar uiteindelijk beslissend is de gemeentevergadering, waarin voor en tegen kan klinken en de Geest spreekt door vele monden en er tenslotte ook eenduidigheid komt over wat de goede leer is. Dezelfde argumenten gelden ook voor de kerkenraad. Ik zal niet ontkennen, dat er in evangelisch Nederland ook de presbyteriale variant bestaat en met vrucht werkt. Dat betekent: De raad leidt geestelijk de gemeente, die instemt met die leiding. Ik vind dat uiteindelijk niet de goeie gang van zaken. Want het risico is levensgroot aanwezig, dat het gelovigen onmondig maakt. En een kleine groep die alles te zeggen heeft maakt de totale groep kwetsbaar. Voor je het weet zit je op een dwaalspoor met elkaar. Een hele gemeente breng je zomaar niet van de weg af (zie Handelingen 15:12-23).

De gemeente dus
Daarover zijn baptisten het toch wel eens. Hoezeer we ook domineesgemeenten zijn geworden, ten diepste weten we, dat niet de dominee het voor het zeggen heeft, maar de gemeente van de Heer. Het is dus de kunst die aan het Woord te krijgen. Daarmee bedoel ik: Bijbelstudie in groepsverband, schriftonderzoek, een doorgaand geloofsgesprek waarin de gemeente van nu kan reageren en antwoorden op vragen en uitdagingen van nu. De gemeente kan dat ook. Niet dat de vergadering onfeilbaar is; ook gemeenten nemen wel eens domme beslissingen. Maar dat gebeurt verrassend weinig. Meestal zijn de collectieve besluiten weerklank van levenswijsheid en schriftkennis, gevoed door Schrift en Geest. Het is niet een route zonder gevaren, maar de beste die ik ken, en die het dichtst ligt bij de Nieuw Testamentische gemeente en het meest recht doet aan het algemeen priesterschap van gelovigen.

Naar boven

Artikel 7: de rechten van de mens

Verrassing
Dat is een kleine verrassing, nietwaar? Baptisten doen toch niet aan politiek? Inderdaad, sinds de afgang van Jan van Leiden (voortgekomen uit de anabaptisten) in Munster weten we wel beter. Politiek en baptistengemeenten horen niet samen; politiek hoort in elk geval niet op de kansel. Nou is het verleidelijk om daar nog even over door te gaan, maar dat doe ik niet, want dan gaat het over iets anders dan ik wil zeggen. Het gaat namelijk niet om politiek maar om mensenrechten. Br. Karl Heinz Walter (toen algemeen secretaris van de Europese baptistenfederatie) heeft dat een keer duidelijk gemaakt in een briljante lezing over de opkomst van de anabaptisten (de zogenaamde wederdopers). Hij toonde aan, dat van meet af aan in die beweging gepleit is voor vrijheid van geloof en meningsuiting.

Staatskerk
Is dat dan zo bijzonder? Nou in die tijd wel (en misschien nu nog wel steeds!). In de tijd van de Reformatie kende je alleen de staatskerken. Elke kerk hoorde bij een staat, elke staat had zijn kerk. In Duitsland was het zelfs zo, dat de verschillende vorstendommen de godsdienst van hun koning, prins of graaf moesten aannemen. Jezelf onafhankelijk van de staatskerk opstellen werd gezien als landverraad en zal zodanig ook behandeld - het leverde een heleboel martelaren op.

Baptisten zijn het eens over de rechten van de mens. Dat correspondeert met onze geloofsovertuiging, dat iedereen de vrijheid moet hebben een persoonlijke geloofskeuze te maken: eerst voor Christus en vervolgens ook voor zijn gemeente. We hopen natuurlijk stiekem dat iedereen dan baptist wordt (en dat gebeurt volgens mij ook tenslotte?) maar ook wanneer mensen kiezen voor een volstrekt andere godsdienst, moeten ze die kunnen uitoefenen in vrijheid, zodanig dat de godsdienstvrijheid van anderen er niet mee in het geding komt.

Dissidente beweging
Baptisten komen voort uit een dissidente beweging. Onze geloofsgemeenschap in Nederland is ontstaan omdat mensen persoonlijk zich niet meer konden verenigen met de leer en praktijk van de Nederlandse Hervormde staatskerk Ze vielen dan ook op met hun doop en hun gemeentevergaderingen (die een enkele keer aanzienlijk spektakel opleverden en weinig stichting, maar meestal gelukkig tot zegen waren voor iedereen). Ze voegden zich niet naar het grote patroon. Ze waren er mordicus op tegen, dat de staat iets te zeggen zou hebben over gemeente en geloof. De lokale baptistengemeente beslist wat bindend is voor de geloofsgemeenschap. Die maakt uit waar je het over eens moet wezen om baptistengemeente te zijn, en waarover je het vriendelijk oneens kunt zijn, zonder de eenheid van de gemeente kapot te maken. Het betekent ook, dat je binnen onze gemeenten heel wat verschil van mening kunt hebben en verdragen. En soms verdraagt het helemaal niks - als het om de kernpunten gaat! Want daar moeten we het over eens zijn, anders zijn we geen Nieuw Testamentische gemeente meer.

Wereldsituatie
Wanneer we kijken naar de situatie van baptistengemeenten in de wereld, is onmiddellijk duidelijk, dat mensenrechten nog steeds van het allergrootste gewicht zijn. Tallozen van onze broeders en zusters worden vervolgd vanwege hun geloof. Op vele plaatsen heerst geen geloofsvrijheid en daar lijden juist onze gemeenten onder. (Nog geen 10 jaar geleden schreef een patriarch van de vroegere staatskerk in de Oekraïne in een radiotoespraak de misoogst toe aan baptisten!) De rechten van de mens zijn noodzakelijk om in vrijheid voor Christus te kunnen kiezen. Het is niet een politiek gegeven maar een geloofszaak (zie o.a. 1 Petrus 2:13-17). Wij zijn er al zo mee vertrouwd, dat we er niet eens meer aan denken hoeveel die vrijheid waard is. En pas op het moment, dat het ons ontnomen dreigt te worden bedenken we met een schok hoe belangrijk dit is - voor ieder mens en niet alleen voor baptisten.

Naar boven


Met dank aan Anne de Vries voor het beschikbaar stellen van de artikelen. Meer artikelen van Anne de Vries zijn te vinden op zijn website Opent externe link in nieuw vensterhttp://www.annedevries.nl/.